Sterilisatie

Bij de bestrijding van infecties zijn maatregelen nodig die gericht zijn op het voorkomen van besmetting. Eén van de maatregelen is het steriliseren van besmette/gebruikte materialen. Dit gebeurt op de Centrale Sterilisatie Afdeling. Hier worden de te steriliseren instrumenten in een proces van vuil, via schoon/niet steriel, naar steriel verwerkt. Elk van deze drie stappen vindt plaats in een aparte ruimte. Het vuile materiaal komt vuil binnen in de desinfectieruimte. Na reiniging komt het in de inpakruimte terecht, waar het wordt klaargemaakt voor sterilisatie.En als laatste komt het steriele materiaal in het steriele magazijn, van waaruit het weer wordt gedistribueerd.

 
Medewerkers


Onder leiding van Kristien Schepers werken 8 medewerkers op deze dienst.

Tot de taken van de centrale sterilisatie afdeling behoren:

Desinfectieruimte
• Transport van alle vuile goederen van alle afdelingen naar de desinfectieruimte
• Het reinigen en desinfecteren van medische hulpmiddelen Inpakruimte
• Gereedmaken van instrumentensets voor operatiekamers, poliklinieken en verpleegafdelingen
• Beoordelen van kwaliteit van het instrumentarium en eventueel vervangen daarvan
• Onderhoud verrichten aan instrumenten
• Op juiste wijze steriliseren en etiketteren van verpakte goederen



Desinfectieruimte


Hier worden de vuile instrumenten in gesloten bakken binnengebracht. Deze instrumenten komen van verschillende afdelingen, zoals verpleegafdelingen, poliklinieken, het operatiekwartier en behandelafdelingen. Dit gebeurt over het algemeen volgens een vast schema.

Desinfectie vindt plaats via twee aparte stromen:
• De eerste stroom is het dakpansgewijs sorteren en ultrasoon reinigen. Hierbij wordt hardnekkig vastzittend vuil als bloed en organisch weefsel, dat niet door de waterstralen van de wasmachine kan worden weggehaald, losgetrild. Het is ook moeilijk om vuil te verwijderen uit holle ruimten van instrumenten. Hiervoor gebruiken we het waterpistool en nadien drogen met een pistool met perslucht. Ook beschikken we over speciale beladingsrekken voor de wasmachine voor het behandelen van hol instrumentarium.

Hierna gaan de instrumenten de wasmachine in. Het gaat hier om instrumenten die niet handmatig met desinfecterende middelen hoeven te worden gereinigd. In deze wasmachines vindt de thermische desinfectie plaats. Dit gebeurt gedurende vijf minuten op een temperatuur van 95 graden. Het totale proces, in de wasmachine, duurt ongeveer vijftig minuten.
• De tweede stroom bestaat uit het handmatig reinigen met desinfecterende middelen, bijvoorbeeld alcohol. Instrumenten die op deze wijze gereinigd worden, zijn onder andere boorslangen en boren.
Na het wassen worden de instrumenten in de inpakruimte uit de wasmachines gehaald. De handmatig gereinigde instrumenten gaan via een sluis of doorgeefluik naar de inpakruimte. De wasmachines en het doorgeefluik kunnen slechts van één kant tegelijk worden geopend, om zo besmetting te voorkomen. In de inpakruimte is er een hogere luchtdruk dan in de andere ruimtes. Dit om te voorkomen dat er bacteriën, via de luchtstroom, de inpakruimte binnendringen.



Inpakruimte


De gereinigde instrumenten komen via de wasmachines of de doorgeefsluis binnen. Voordat de instrumenten worden ingepakt, worden ze eerst grondig gecontroleerd op zichtbare verontreinigingen en of ze correct functioneren (eventueel worden er kleine reparaties uitgevoerd).

Sommige instrumenten worden gesmeerd (bijvoorbeeld een boor) en daarna worden de instrumentennetten - netten waarop een aantal instrumenten liggen - gecomponeerd. Dit gebeurt aan de hand van bepaalde standaard samenstellingsbladen. Er wordt hier ook een voorraad aangehouden van de meest voorkomende instrumenten (bijvoorbeeld schaartjes), voor het geval er iets niet compleet is.
 

Het inpakken gebeurt op verschillende manieren:
• De instrumentennetten worden in twee lagen hoogwaardig papier gepakt, namelijk een buitenlaag (deze is bedoeld als beveiliging tijdens transport) en een binnenlaag (deze wordt steriel gepresenteerd aan de instrumentist tijdens de ingreep in de operatiezaal).
• Instrumenten die per stuk verpakt worden, gaan in laminaat. Dit is een soort zakje met aan de bovenkant plastic en aan de onderkant papier. De stoom penetreert door de papierzijde van het laminaat.
• Op de ingepakte instrumentnetten wordt vervolgens een indicatortape - een plakstrip met een witte stippellijn, deze verkleurt als er op de juiste wijze gesteriliseerd is - geplakt. Deze moet na sterilisatie zwart verkleurd zijn. Op de laminaatzakken bevindt zich ook een indicator; die moet van blauw naar bruin verkleuren. In de toekomst zal het wenselijk zijn dat dit systeem geautomatiseerd gaat worden, waarbij de instrumentennetten ook een unieke barcode zullen krijgen ter identificatie.
• Hierna worden de instrumentennetten in klaarzetkarren gestapeld, waarbij gelet wordt of er voldoende ruimte tussen de instrumentennetten is. Het zwaarste instrumentennet wordt onderaan geplaatst, zodat de stoom alle delen even goed kan bereiken. Hierna zijn ze klaar voor sterilisatie.

 
Sterilisatie


Het steriliseren gebeurt in zogenaamde autoclaven. Dit vindt plaats door middel van stoom, waardoor het materiaal snel (in enkele minuten) tot boven de honderd graden wordt verhit. Sommige instrumenten (de meeste kunststoffen) die niet tegen deze hoge temperatuur kunnen, worden met gasplasma gesteriliseerd. Dit gebeurt bij een temperatuur van 'slechts' vijftig graden. Het steriliseren met stoom verloopt in een aantal fasen, namelijk:
• voor-vacuüm
• opwarmen
• steriliseren
• na-vacuüm
• beluchten
Om dit proces te kunnen volgen, wordt er gedurende het steriliseren een grafiek geprint. Het steriliseren geschiedt gedurende vier minuten bij 134 graden; materialen, zoals rubber en anaesthesie-benodigdheden (die deze hoge temperatuur niet kunnen verdragen) worden gedurende veertien minuten bij 121 graden gesteriliseerd. Het totale sterilisatieproces duurt in totaal ongeveer vijftig minuten. Is het proces beëindigd, dan worden de instrumentennetten in het steriele magazijn uit de autoclaven gehaald.


Steriele magazijn


In het steriele magazijn worden de gesteriliseerde instrumenten uit de autoclaven gehaald. Ook hierbij kan maar van één kant tegelijkertijd een deur worden geopend. Hierna moeten eerst een aantal controles uitgevoerd worden. De indicatoren moeten op de juiste manier verkleurd zijn, de uitdraai van het sterilisatieproces moet worden nagelopen en gecontroleerd, en de instrumentenbladen moeten worden gecontroleerd (bijvoorbeeld of ze niet nat zijn).
 

Hierna wordt de autoclaafcharge (charge betekent vulling) op de dagenveloppe geparafeerd. Elk pakket wordt voorzien van een etiket waarop vermeld staat:
• de vervaldatum
• chargenummer (bestaande uit: jaar, dag, autolaafnummer en chargevolgnummers per dag)
Dit etiket wordt achtereenvolgens op de dagenveloppe en beladingslijst geplakt en wordt daarna in de dagenveloppe gestopt. Vervolgens wordt bij de desbetreffende charge geparafeerd op de dagenveloppe. Daarna mogen de materialen uitgegeven of opgeborgen worden. De dagenveloppe wordt één jaar bewaard.

Is er, nadat het totale proces van vuil, via schoon/niet steriel, naar steriel is doorlopen, nog iets niet goed (een instrument dat nat is bijvoorbeeld), dan gaat het terug naar de inpakruimte. Hier wordt het dan opnieuw ingepakt en gesteriliseerd. Dit gebeurt ook met instrumenten die over hun houdbaarheid heen zijn.

 

Al deze processen lopen via strikte procedures en worden continu opgevolgd.  De sterilisatieafdeling heeft dan ook een ISO 9001 certificaat.

 

 
Sint-Franciskusziekenhuis | P. Paquaylaan 129 | 3550 Heusden - Zolder | Tel. 011 71 50 00 | fax. 011 71 50 01 | afspraken 011 71 55 55 |  infosfz@sfz.be