Navigeer

Patiëntveiligheid

1. Handhygiëne

Een aantal basisvoorwaarden voor handhygiëne moeten te allen tijden toegepast worden. Daarom vragen wij al onze zorgverleners om geen ringen, horloges of armbanden te dragen en hun nagels steeds verzorgd en kort geknipt te houden. Voor en na elk patiëntencontact moeten zij steeds hun handen ontsmetten. Sommige patiënten zijn drager van een infectieziekte of een resistente kiem die een risico kan betekenen voor andere patiënten in het ziekenhuis. Hierbij dienen de nodige screening- en isolatiemaatregelen toegepast te worden.
 

2. Patiëntidentificatie

Alle patiënten die in het SFZ verblijven of op raadpleging/onderzoek komen, moeten correct te identificeren zijn.

Alle opgenomen patiënten dienen tijdens het verblijf in het ziekenhuis een polsbandje te dragen met:

  • naam en voornaam
  • geslacht
  • inschrijvingsnummer / patiëntnummer
  • geboortedatum
  • unieke barcode

Alle ambulante patiënten krijgen bij inschrijving patiëntenstickers die gebruikt worden voor identificatie bij consultaties, onderzoeken of behandelingen.

Er wordt actief gevraagd aan de patiënt naar diens naam en geboortedatum en deze worden geverifieerd met de gegevens op het polsbandje of op de patiëntensticker. Wees dus niet verbaasd dat deze informatie je meermaals gevraagd wordt tijdens jouw bezoek.
 

3. Medicatiebeleid

Voor een optimale en patiëntveilige behandeling in ons ziekenhuis is het van het grootste belang dat de behandelende artsen, ziekenhuisapothekers, verpleegkundigen en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de medicatie die de patiënt thuis inneemt. Het thuismedicatieformulier dat door de huisarts en zorgverlener ingevuld wordt, geeft een up-to-date overzicht van thuismedicatie waardoor misverstanden kunnen voorkomen worden. Het is daarom van groot belang dat de patiënt een ingevuld thuismedicatieformulier meebrengt voor een bezoek aan ons ziekenhuis en iedere wijziging in medicatie meedeelt.
Hier kan je het thuismedicatieformulier vinden om zelf in te vullen. Ben je allergisch voor specifieke medicatie, laat dit ons dan weten. Heb je vragen over jouw medicatie of twijfel je aan onze medicijnen omdat hun kleur of vorm anders is dan verwacht? Geef ons dan zeker een seintje.
 

4. Hoog risico medicatie

Oorzaken van incidenten zijn frequent gerelateerd aan medicatie. Uit incidentregistratie blijkt dat de meeste medicatiefouten optreden bij parenterale geneesmiddelen. Dit zijn alle geneesmiddelen die worden geïnjecteerd. Bijna de helft van de geregistreerde fouten vindt plaats tijdens het toedieningsproces. Ziekenhuizen dienen daarom een beleid te hebben rond hoog risico medicatie. Hoog risico medicatie wordt omschreven als: ‘geneesmiddelen waarbij sprake is van een verhoogd risico op het veroorzaken van ernstige tot zeer ernstige schade bij de patiënt bij verkeerdelijk gebruik’.

Binnen ons ziekenhuis definiëren we cytostatica, verdoving en hoog geconcentreerde elektrolyten als hoog risico medicatie. Het is hierbij belangrijk om een dubbele controle uit te voeren bij preparatie alsook bij toediening. Deze dubbele controles worden ook geregistreerd via etikettering van het toe te dienen hoog risico medicijn. Indien een hoog risico medicijn ‘ready to use’ wordt afgeleverd door de ziekenhuisapotheek, zoals voor de cytostatica, vindt de dubbele controle binnen de apotheek plaats en dient enkel bij toediening een dubbel check op de verpleegafdeling plaats te vinden.

Op het grootste aantal van onze verblijfsafdelingen vindt de dubbele controle bij toediening plaats aan de hand van scanning via het patiëntidentificatiebandje en een identieke barcode op het te geven medicijn. Zo worden zorgverleners gewaarschuwd indien er een mogelijk risico bij toediening aanwezig is.
 

5. Checklijst veilige heelkunde

Een team van artsen, verpleegkundigen, onderzoekers en patiënten, aangestuurd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), stelde in 2009 een lijst samen met 22 essentiële controles die respectievelijk voor, tijdens en aan het einde van een chirurgische ingreep verplicht uitgevoerd moeten worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: de identiteit van de patiënt controleren, controleren of de plaats van de ingreep correct werd aangeduid, mogelijke problemen gezamenlijk overlopen met het chirurgisch team en het aantal gebruikte instrumenten, kompressen en naalden tellen voor en na de ingreep.

Deze checklijst is een hulpmiddel om ervoor te zorgen dat heelkundige ingrepen op een zo veilig mogelijke manier verlopen. De checklijst beperkt ook de kans op mogelijke verwikkelingen tijdens of na de ingreep.

Om het belang van de checklijst veilige heelkunde te benadrukken organiseren we op regelmatige basis interne metingen. Hiermee houden we de checklijst continu onder de aandacht van onze medewerkers en artsen. De resultaten van de metingen worden ook steeds teruggekoppeld aan de betrokken diensten. Op deze manier streven we ernaar onze resultaten steeds te verbeteren.
Tijdens onze metingen hanteren we de opgegeven criteria zeer strikt.
 

6. Valpreventie

Tijdens een ziekenhuisopname is het risico op vallen voor onze patiënten vaak groter dan in de thuissituatie. Redenen hiervoor kunnen zijn: een verzwakte gezondheid, een andere omgeving of de nevenwerking van sommige geneesmiddelen.

Al onze zorgverleners doen inspanningen om het valrisico bij onze patiënten zo klein mogelijk te maken door het aanbieden van hulpmiddelen (bv. looprek), de bedden zo laag mogelijk plaatsen, aangepast schoeisel te voorzien, de medicatietherapie bij te sturen en patiënten te informeren.

Indien je een verhoogd valrisico hebt, kan een gespecialiseerd team ingeschakeld worden met kinesisten en ergotherapeuten die je adviezen geven over hoe een val vermeden kan worden.

7. Effectieve en efficiënte overdracht van patiëntinformatie

ISBARR is een erkend kader waarin zorgverleners kritische informatie op een duidelijke en consistente manier verzamelen en communiceren. ISBARR staat voor Identification (identificatie), Situation (situatie), Background (achtergrond), Assessment (beoordeling), Recommendation (aanbeveling) en Readback (herhaal). 

Door de informatieoverdracht te structureren en te uniformiseren bekomt men een significant verhoogde kwaliteit van informatie, veiligheid en volledigheid. Consistente informatieoverdracht bevordert het teamwerk, stroomlijnt de activiteiten en zal op die manier zorgen voor minder medicatiefouten, minder heropname en een kortere verblijfsduur binnen het ziekenhuis.

ISBARR is een eenvoudig te onthouden methode die aanstuurt op een analyse van de situatie ter voorbereiding op de communicatie met een andere zorgverlener. Onder 'situatie' wordt ook de Modified Early Warning Score (MEWS) opgenomen. Het biedt de gelegenheid verwachtingen te vermelden betreffende de uitkomst van de conversatie en vermindert de kans op ontbrekende gegevens. 

Gezondheidsmedewerkers formuleren zo alleen relevante informatie en sturen aan op de te nemen maatregelen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen SBAR en ISBARR:

  • SBAR is een vaste opeenvolging van stappen die samen een gemeenschappelijke basis vormen waarin alle communicatie verloopt. Bijvoorbeeld een briefing bij shiftwissels (intra- of interdisciplinair), verpleegkundige en medische ontslagnota’s.
  • ISBARR (waarbij identificatie en readback toegevoegd zijn) is bedoeld voor het mondeling of telefonisch doorgeven van onderzoeken, medicatieorders, of laboresultaten en medische adviezen.

8. Veilig gebruik van apparatuur, materialen en technologie

Om de kwaliteit en het veilig gebruik te garanderen dient elke medisch apparaat gecertifieerd te zijn door onze dienst biotechniek. Zij staan in voor het periodieke onderhoud en de veilige ingebruikstelling van medische apparatuur.
 

9. Veilig gebruik van infuus- en spuitpompen

Om de kwaliteit bij bediening van infuus- en spuitpompen te garanderen, werken wij in ons ziekenhuis met een beperkt type van infuus- en spuitpompen. De medewerkers die medische apparatuur bedienen zijn hiervoor opgeleid en getraind.
 

10. Decubituspreventie

Iedere patiënt kan doorligwonden of decubitus ontwikkelen als bij noodgedwongen langdurig in bedrust of bij eenzelfde langdurige houding in een zetel of in een rolstoel. Doorligwonden kunnen ongemakken en pijn veroorzaken, zelfs in die mate dat ze jouw verblijf in het ziekenhuis kunnen verlengen.

Door zelf enkele voorzorgen te nemen en de praktische richtlijnen in onze brochure Decubituspreventie te volgen, kan je zelf actief helpen om doorligwonden te voorkomen.
 

11. Veilig injecteren

Er wordt steeds naar gestreefd om patiënten zo snel mogelijk van infuustherapie over te laten schakelen op per os medicatie. Er wordt nog al te vaak verkeerdelijk gedacht dat intraveneuze therapie altijd beter werkt dan per os medicatie. Dankzij de vooruitgang in de geneesmiddelenindustrie blijkt dat veel van deze medicijnen dezelfde werking hebben op dezelfde termijn. Omdat langdurige infuustherapie het risico op infecties verhoogt, streven wij om deze overschakeling zo snel mogelijk door te voeren.
 

12. Bijscholingen en trainingen rond patiëntveiligheid

Binnen ons ziekenhuis is het de taak van iedere medewerker om kwaliteitsvolle zorg te verlenen en continu de patiëntveiligheid te garanderen. Dit principe wordt dagdagelijks door onze medewerkers toegepast door mee te werken aan verbeterinitiatieven of kwaliteitsprojecten binnen de verschillende afdelingen. 

Er wordt jaarlijks een opleidingsaanbod voorzien voor alle medewerkers met verscheidene topics waaronder ook patiëntveiligheid.
 

13. Thromboseprofylaxe

Een veneuze trombose wordt veroorzaakt door de aantasting van de wand van een ader en gaat gepaard met de vorming van een bloedklonter (thrombus). Deze is meestal het gevolg van een verstoorde bloedstroom na een heelkundige ingreep of bij langdurige immobilisatie ten gevolge van een acute aandoening of een trauma.

Men maakt een onderscheid tussen een diepe veneuze trombose en een longembolie. Een diepe veneuze trombose (DVT) ontwikkelt zich in de diepe aders van de benen. Wanneer een fragment (embool) van deze klonter loskomt, kan die via de bloedstroom migreren naar een longader en een longembolie veroorzaken.

De arts kan preventieve (profylactische) maatregelen nemen om het ontstaan van trombotische gebeurtenissen te verhinderen. De behandelende arts beslist welke medicamenteuze of niet-medicamenteuze behandelingen worden toegepast en voor hoe lang.

Artsen hebben medische richtlijnen tot hun beschikking die zich richten op het garanderen van een behandeling en systematische benadering van hun patiënten conform de meest recente medische kennis.
 

14. Antibioticaprofylaxe

Het doel van perioperatieve antibioticumprofylaxe is het verminderen van postoperatieve wondinfecties door middel van toediening van antibioticum voor het uitvoeren van een heelkundige ingreep. Informeer ons dus zeker over medicatie-allergieën.
 

15. Jouw rol bij de bevordering van veiligheid

Wat kan je zelf doen?

Jij als patiënt kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan jouw veiligheid tijdens een verblijf in ons ziekenhuis. Je bent immers als enige gedurende het hele proces van opname, behandeling en ontslag rechtstreeks bij jouw zorg betrokken. Het is daarom goed om als patiënt zelf ook alert te blijven.

Bij opname in het ziekenhuis kan je zelf bijdragen aan het optimaliseren van jouw medicatietherapie en aan een goede hygiëne.

Ook jouw deelname aan onze tevredenheidsonderzoeken geven ons de nodige informatie om de zorg waar mogelijk te verbeteren.
 

16. Diefstalpreventie

Het ziekenhuis is een plaats waar vele mensen samenkomen. Het risico dat waardevolle voorwerpen of geld ontvreemd worden, bestaat dus.

Breng daarom zo weinig mogelijk waardevolle voorwerpen mee naar het ziekenhuis.

Het ziekenhuis is niet aansprakelijk voor verlies of diefstal. Indien je toch slachtoffer wordt van diefstal kan je dit melden aan de (hoofd)verpleegkundige.