Navigeer

Fasen van dementie

Niet-pluis fase en fase van de beginnende dementie

In de beginfase, de ‘niet-pluis’ fase, ondervindt eerst de persoon met dementie en later de omgeving dat er iets mis gaat. Het gevoel dat alles hem ontglipt, belast de persoon met dementie. De verwarring en desoriëntatie die daaruit volgen, zorgen voor gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. Soms is er totaal geen ziektebesef of -inzicht. Mantelzorgers minimaliseren vaak de opmerkingen en de vragen van de persoon met dementie, omdat ze niet weten dat er een ziekteproces bezig is.

Soms verbloemt of verstopt de persoon met dementie met trucjes en uitvluchten de achteruitgang voor zijn omgeving. De persoon met dementie hiermee confronteren is zeer kwetsend en pijnlijk voor iedereen. Maar met aangepaste ondersteuning en veel begrip van de omgeving, kan de persoon met dementie zijn angst en verdriet beter dragen.

Fase van matige dementie

In  de  volgende  periode,  de  fase  van  ‘matige  dementie’,  ervaart de persoon  met dementie een toenemend identiteitsverlies, controleverlies over het eigen leven en wordt de persoon met meer problemen in het dagelijks leven geconfronteerd. Het begrijpen en uiten van emoties en/of het inlevingsvermogen wordt ook beperkt. De familie kan niet langer ontkennen dat er meer aan de hand is dan “normale” vergeetachtigheid door de leeftijd.

Vanuit een gevoel van innerlijke onrust, gaat de persoon met dementie op zoek naar geborgenheid. Geborgenheid, structuur, huiselijkheid en eenvoudige, tragere en aangepaste activiteiten bieden dan plezier en houvast. De persoon haalt herinneringen uit het verleden op en herbeleeft de bijhorende gevoelens. Deze herinneringen komen soms niet overeen met de echte levensgeschiedenis. Er worden - nog meer dan bij ‘normale’ herinnering - andere feiten en gevoelens aan toegevoegd.

Verzonken fase

In de laatste fase, de ‘verzonken’ fase, worden de mogelijkheden om te communiceren steeds beperkter. Taalgebruik verengt zich tot onverstaanbare woorden.
Ook de actieve werking van het geheugen is verdwenen. Hoewel de innerlijke wereld overheerst, blijft de persoon met dementie prikkels ontvangen van de omgeving: geluiden, geuren, licht en aanrakingen. Alles draait nu om basisbehoeften: eten, drinken, warmte, geborgenheid en rust. De omgeving zorgt in deze laatste fase best voor een warme en rustgevende nabijheid. Tijdens een contact met de persoon met dementie maak je best rustige bewegingen en praat je bij voorkeur met een warme en lage stem.